← Alle platen
Taal: verkleinwoorden
Bewaar
Verkleinwoorden
Maak het klein: schrijf het verkleinwoord.
1.
huis
2.
boom
3.
bal
4.
vis
5.
stoel
6.
raam
7.
kat
8.
ster
9.
koe
10.
bloem
Voor ouders
Zo werkt het
ongeveer 15 minuten
·
gemiddeld
Zeg het woord hardop met 'een klein' ervoor.
Er komt -je, -tje, -pje of -etje achter: huis wordt huisje, boom wordt boompje.
Schrijf het verkleinwoord op de lijn.
Kijk na met het antwoordblad.
Antwoorden (voor ouders)
Antwoorden
Maak het klein: schrijf het verkleinwoord.
1.
huis
huisje
2.
boom
boompje
3.
bal
balletje
4.
vis
visje
5.
stoel
stoeltje
6.
raam
raampje
7.
kat
katje
8.
ster
sterretje
9.
koe
koetje
10.
bloem
bloemetje
Antwoorden
Print pagina 2
Wat heb je nodig
Potlood
Om te schrijven, te tekenen en lijnen over te trekken
Kleurpotloden
· mag ook
Voor fijne vlakken en kleine handen
Taal: verkleinwoorden · Kleurhoek